Twee uitspraken van het Hooggerechtshof hebben een precedent geschapen voor de eis dat familiebedrijven een economische activiteit moeten hebben voor de toepassing van de vrijstelling van de btw. Erfbelasting.

I. Een jurisprudentiële verschuiving: de leer van het Hooggerechtshof over economische activiteit met betrekking tot erfbelasting en familiebedrijven

De recente uitspraak van het Hooggerechtshof, STS 3472/2025, van 14 juli, heeft een cruciaal criterium gecreëerd dat duidelijkheid en rechtszekerheid biedt bij de toepassing van de verlaging van de erf- en schenkbelasting (ISD) voor familiebedrijven.

Centraal stond de vraag of het voor een vastgoedverhuurbedrijf om een ​​economische activiteit voor de belastingheffing te kwalificeren voldoende is om formeel aan de wet te voldoen (het hebben van een bedrijfspand en een fulltime werknemer), of dat de indienstneming van die werknemer economisch verantwoord moet zijn.

De zaak en het standpunt van de Administratie

De geanalyseerde casus richt zich op een Herencia waar een vermindering van de 99% in de ISD op de aandelen van een holdingmaatschappij die zich bezighoudt met leasing. De Schatkist van de regering van Aragon Hij zag de zaak niet helder. Hij betoogde dat, hoewel het bedrijf een fulltime werknemer in dienst had, de werklast minimaal was en de meeste procedures waren uitbesteed. Voor de overheid was het contract "fictief" en economisch niet gerechtvaardigd, waardoor het bestaan ​​van enige reële economische activiteit werd ontkend. Het Hof van Justitie van Aragon bevestigde dit standpunt.

Het krachtige antwoord van het Hooggerechtshof

Het Hooggerechtshof corrigeert deze interpretatie en stelt een duidelijke rechtsleer vast. Zijn uitspraak is overtuigend: Het is voldoende om aan te tonen dat aan de eisen van artikel 27.2 van de LIRPF is voldaan, dat wil zeggen, een locatie en een fulltime werknemer. Er is geen financiële onderbouwing nodig voor het aannemen van personeel.

De argumenten van het Hof zijn van groot belang:

  • Eindinterpretatie van de norm: Het doel van de wet is niets anders dan het beschermen van het familiebedrijf en de continuïteit ervan bevorderen, om te voorkomen dat de belastingdruk van de nalatenschap de liquidatie ervan zou afdwingen. Het eisen van "economische redelijkheid" voor dit contract druist in tegen deze geest.
  • Juridische zekerheid: Het Hof benadrukt het belang van rechtszekerheid voor belastingplichtigen. Door een extra, ongeschreven vereiste in de wet op te nemen, ontstaat er grote onzekerheid, omdat niemand weet wat de "minimale" werklast is die nodig is om een ​​salaris te rechtvaardigen.
  • Nee tegen impliciete simulatie: Het Hooggerechtshof bekritiseert de overheid omdat zij de wet "schuin" en impliciet heeft gebruikt om het belastingvoordeel te weigeren, in plaats van openlijk te onderzoeken of er sprake was van simulatie (fraude in de zin van de wet). Als er sprake is van simulatie, moet dit "uitdrukkelijk en plechtig" worden verklaard, met vermelding van de redenen voor de beslissing.

Wat betekent dit voor notarissen en belastingbetalers?

Deze uitspraak is een mijlpaal voor degenen onder ons die, net als ik, werkzaam zijn in de wereld van het privaatrecht en in het bijzonder in het familiebedrijfDit is uitstekend nieuws, omdat het de rol van de overheidssteuninstrumenten en de daaraan verbonden belastingvoordelen versterkt.

De boodschap is duidelijk: als aan de formele vereisten wordt voldaan die de wet stelt om leasing als een economische activiteit te beschouwen, kunnen belastingbetalers toegang krijgen tot belastingverlagingen. ISD zonder angst dat de Administratie achteraf zal proberen de uitkering nietig te verklaren op grond van criteria van ‘redelijkheid’ die niet in de verordening zijn opgenomen.

Deze leer van de Tribunal Supremo Het bevestigt een definitieve en waarborgende interpretatie van de wet, in lijn met de bescherming van de economische activiteit van bedrijven en gezinnen.

II. Een nieuwe klap voor de Catalaanse belastingdienst: het Hooggerechtshof bevestigt de arbeidsovereenkomst tussen een lid van de gemeenschap en een gemeenschap op basis van de vereiste van economische activiteit.

De uitspraak van het Hooggerechtshof, STS 3476/2025 van 14 juli bevestigt de doctrine die in de STS 3472/2025, maar het gaat een stap verder door een specifieke en fundamentele kwestie aan te pakken: de fiscale geldigheid van de arbeidsovereenkomst tussen een mede-eigenaar en zijn of haar eigen gemeenschappelijk vermogen. Deze uitspraak schept een cruciaal precedent voor de opvolging van familiebedrijven in Catalonië en heel Spanje.

De zaak: een contract in de schijnwerpers

Het geschil ontstond door de erfenis van een vrouw die een gemeenschappelijk eigendom bezat dat bestemd was voor de verhuur van elf bedrijfspanden. Om aan de economische activiteitseis te voldoen, had de gemeenschap haar dochter als fulltime werknemer aangenomen. Na het overlijden van de moeder bleef de dochter, inmiddels lid van de gemeenschap, in dezelfde functie.

La Belastingdienst van Catalonië (ATC) heeft de vermindering van 95% op de erfbelasting afgewezen, met als argument dat er geen sprake was van een echte arbeidsrelatie vanwege het ontbreken van afhankelijkheid en niet-afhankelijkheid, aangezien de werkneemster rechtstreeks voordeel had van haar werk als mede-eigenaar. Hooggerechtshof van Cataloniëging nog verder en stelde dat er helemaal geen sprake was van economische activiteit.

Het krachtige antwoord van het Hooggerechtshof

Het Hooggerechtshof corrigeert beide interpretaties krachtig. Zijn uitspraak is duidelijk: wijst het beroep toe en vernietigt de liquidatie van de ATC.

De leer die het vestigt is ondubbelzinnig: Het dienstverband van een overeenkomst tussen een gemeenschap van goederen en een mede-eigenaar kan niet worden verworpen op grond van het enkele feit dat de ingehuurde persoon ook deelnemer is.Het Hof is van oordeel dat indien de relatie voldoet aan de criteria van vrijwilligheid, externaliteit, afhankelijkheid en vergoeding, aan het vereiste van economische activiteit voor fiscale doeleinden is voldaan.

Het Hof bekritiseert de handelwijze van de Administratie omdat zij niet heeft bewezen dat het gemeenschapslid management- of directiefuncties had, en omdat zij het bewijsmateriaal negeerde dat de arbeidsgerelateerde aard van de relatie aantoonde, zoals haar bijdrage aan de Sociale zekerheid in het Generaal Regime en het feit dat zijn salaris na de erfenis niet veranderde.

Wat betekent deze zin?

  1. Rechtszekerheid voor vastgoedgemeenschappenDeze uitspraak is van cruciaal belang, omdat hiermee de onzekerheid wordt weggenomen over de mogelijkheid om een ​​mede-eigenaar aan te stellen en tegelijkertijd te profiteren van belastingverlagingen bij de opvolging van familiebedrijven. Het bevestigt een veelvoorkomende praktijk die door de overheid onder de loep werd genomen.
  2. Bescherming van het familiebedrijf: Net als in de vorige uitspraak benadrukt het Hof het doel van de belastingregelgeving: de continuïteit van familiebedrijven beschermen en bevorderenHet is in lijn met de aanbevelingen van de Europese Commissie om de belastingdruk op erfenissen te verlichten.
  3. Versterking van de notariële functieVoor notarissen versterkt deze uitspraak de rechtsgeldigheid van de rechtsinstrumenten die deze relaties formaliseren, zoals de akte van erfopvolging en de continuïteit van de gemeenschap van goederen.

Nogmaals, de Tribunal Supremo maakt een einde aan beperkende interpretaties van de Regionale schatkisten, waarbij ervoor wordt gezorgd dat de letter van de wet en de geest ervan – de bescherming van familiebedrijven – prevaleren.